home

terug naar
docenten-
rollen

De docent als begeleider


Tegenwoordig is het woord 'begeleider' een belangrijk begrip in het onderwijs. Het doel van alle onderwijsvernieuwingen is dat leerlingen worden voorbereid op het zelf actief vergaren van informatie. Het centraal lesgeven is verleden tijd, de leerlingen moeten zelf op zoek gaan naar oplossingen en de docent begeleidt hen daarin. Dit klinkt allemaal wel heel mooi, maar wat bedoelen we nou eigenlijk met begeleiden?

De begeleider houdt zicht op het leren van de leerlingen. Hij geeft feedback en voorziet de leerlingen van informatie over hun eigen leren. Dit kan niet vanachter je bureau. De docent moet rondlopen, meeluisteren met gesprekken, kritische vragen stellen, vragend helpen, ingrijpen wanneer de taken te moeilijk blijken te zijn etc. Om de begeleidingsrol iets duidelijker voor je te maken, hebben we de 'oude' docent en de 'nieuwe' docent naast elkaar gezet.

de 'oude' docent de 'nieuwe' docent

geeft uitleg

geeft feedback

vertelt leerlingen wat te doen

gaat met leerlingen aan het werk d.m.v vragen

controleert het werk

laat leerlingen zelf controleren

eist klassikale aandacht

eist individuele aandacht

biedt kant en klare stof aan

geeft hulpbronnen

geeft de oplossing

laat de oplossing zelf ontdekken


Een goede begeleidingsrol verloopt via drie fasen. Je kan met behulp van de volgende beschrijving proberen om je eigen lesplanningen zo in te delen dat de drie fasen allemaal aan bod komen.

Fase 1: Kunnen leerlingen aan het werk?

De docent loopt na de instructie tot zelfstandig werken een ronde door de klas, niet om inhoudelijk hulp te bieden, maar alleen om te helpen waar men de instructie niet precies begrepen heeft. De noodzaak van deze ronde is uiteraard afhankelijk van de duidelijkheid van de instructie. De docent controleert op deze manier of iedereen de opdracht begrepen heeft en aan het werk is gegaan.

Vervolgens zou er enige tijd, minstens vijf minuten, geen hulp beschikbaar moeten zijn! Dit botst met de neiging van leerlingen om alles wat zij maar even niet begrijpen, te vragen. Maar na alles wat de docent gedaan heeft om de leerlingen voor te bereiden op het zelfstandig werken, mag nu verwacht worden dat de leerlingen gedurende een korte periode inderdaad zelfstandig bezig zijn.

Fase 2: Helpen

Fase twee is een inhoudelijke hulpronde. De bedoeling is dat de docent vragend helpt. Het afdekken van de vraag en de leerling opnieuw vragen: 'Wat moet je doen', zal onzorgvuldig lezen aan het licht brengen. De docent moet de vragen zelf zo min mogelijk inhoudelijk beantwoorden, want dat is een vorm van voorzeggen. Het is de bedoeling door de juiste vragen te stellen de leerling op het juiste spoor zetten zodat deze de vraag uiteindelijk zelf beantwoordt.

Fase 3: Wat is er gedaan/geleerd?

Bij het afronden van het werk loopt de docent nog een derde ronde. Het doel daarvan is na te gaan of alle leerlingen voldoende gedaan hebben en de opdracht hebben verwerkt. Op dat moment kan de docent bepalen welke onderdelen daadwerkelijke nabespreking behoeven en of er aanvullende instructie en/of uitleg nodig is.