home  

terug naar
cases

Positief omgaan met leerlingen


Dat je omgang met leerlingen goed moet zijn, spreekt voor zich. Maar doordat leerlingen niet altijd doen wat jij wilt is het soms moeilijk om de leerlingen te benaderen zoals je eigenlijk zou willen. De toonzetting van reacties op ongewenst gedrag kan positief of negatief zijn. Van nature zijn veel leraren geneigd ongewenst leerling-gedrag negatief te benaderen. Het is heel belangrijk dat je de leerlingen in de meeste situaties positief blijft benaderen. Wil je ongewenst gedrag ontwikkelen in de richting van meer gewenst gedrag, dan zal positief reageren effectiever zijn dan negatief reageren.

Om je hiermee te helpen staan hieronder twee oefeningen.

Oefening 1: Positief reageren

Probeer de volgende negatieve reacties om te zetten in positieve reacties.

Bijvoorbeeld:
Negatief Schreeuw niet door de klas!
Positief Als je iets wilt zeggen steek dan even je vinger op. - of - Zou je wat zachter willen praten als je iets wilt zeggen?

Negatief

Positief

Kijk niet bij je buurvrouw af.

Kun je niet wat netter schrijven.

Je zult ook nooit iets opruimen, hè!

Ik zou me niet echt inspannen als ik jou was, je kon eens moe worden.

Je moet ook vooral geen rekening houden met een ander!

Jonge, jonge je zult ook nooit je spullen in orde hebben.

Je weet zeker niet dat het boeken van school zijn waar je mee gooit!

Zit niet zo ordinair te kauwen.

Oefening 2: Kritiek geven  

Geef nu voor de onderstaande incidenten zowel op een negatieve als op een positieve manier kritiek. Onder de oefening vind je een aantal voorbeeld kritieken.

  1. Een leerling pakt een passer weg bij een medeleerling.
  2. Een aantal leerlingen komt met hele vieze schoenen de gymzaal binnen.
  3. Piet hangt tijdens jouw les ongeïnteresseerd onderuit.
  4. Frans heeft voor de 3de keer zijn boeken niet mee.
  5. Tijdens jouw les zijn twee leerlingen bezig met een ander vak.
  6. Een leerling springt ruw om met het lesmateriaal.

 

Voorbeeld negatieve kritiek

Voorbeeld positieve kritiek

 

 1.

Vind je dat normaal of zo?

Vraag eerst even aan je buurman of je zijn passer mag gebruiken.

 

 2.

Wegwezen met die gore schoenen!

Zouden jullie je schoenen uit willen doen voor je binnen komt?

 

 3.

Piet kan zeker niet rechtop zitten.

Piet, ik zou willen dat je wat rechter op ging zitten.

 

 4.

Frans zou je je boek niet eens 1 keer kunnen meenemen?

Frans, ik wil dat je de volgende keer je boek meeneemt.

 

 5.

Zeker weer niet geleerd?

Ik wil dat jullie nu met mijn les meedoen.

 

 6.

Is het zo moeilijk om uit te kijken?

Je zou wat voorzichtiger om moeten gaan met die spullen.