| terug naar docenten- rollen |
Wat voor een pedagoog ben jij? | ||
Als leraar ben je altijd pedagogisch bezig. Je neemt dagelijks heel wat pedagogische beslissingen. Je prijst, berispt, stimuleert of je doet helemaal niets (ook dan ben je pedagogisch bezig). Tijdens het nemen van al deze beslissingen ben je voortdurend bezig met het vormen van jonge mensen (leerlingen) die hun eigen normen en waarden nog moeten ontdekken. Omdat wat jij als docent doet heel veel invloed heeft op de ontwikkeling van de leerlingen is het heel belangrijk dat je jezelf kent. Als je als docent voor het eerst voor de klas gaat staan, ben je beladen met talloze goed bedoelde adviezen van je opleiding en je nieuwe collega's. Zoals bijvoorbeeld: "Pak ze maar goed streng aan, ze hoeven je niet aardig te vinden". Soms pakken deze adviezen verkeerd uit, omdat het maar de vraag is of ze bij je passen. Zodra je lesgeeft volgens alle goed bedoelde adviezen en dus niet volgens je eigen normen en waarden, ontstaat er incongruentie (wat je uitstraalt komt niet overeen met wat je zegt). Het gevaar hiervan is dat de leerlingen niet meer goed weten wat je bedoelt, met alle gevolgen van dien. Een docent die wel duidelijk en congruent lesgeeft, kan aan het begin van het jaar zijn toekomstige positie in die klas zelf bepalen. Leerlingen zullen je dan ook die kans geven. Een hulpmiddel om erachter te komen hoe je zelf in elkaar zit, is het maken van de Kolb-test. Dit is een test die onderscheid maakt tussen 4 typen mensen: de dromer, de denker, de beslisser en de doener. Wat dit precies inhoudt wordt duidelijk zodra je de test ziet. In de uitslag van deze test krijg je te zien wat je al goed doet en wat beter kan onder andere op het gebied van pedagogisch handelen.
|
|||